Duits Engels
Cornelis Corneliszoon van Uitgeest
Logo SIEDH

CORNELIS CORNELISZ VAN UITGEEST

(1550-1607)

Uitvinder van de door wind aangedreven houtzaagmolen

Cornelis Corneliszoon zal omstreeks het midden van de zestiende eeuw in Uitgeest zijn geboren. In sommige geschriften wordt hij Krelis Lootjes genoemd. Hij was getrouwd met Trijn Pieters, dochter van de molenaar van de meelmolen de 'Krijgsman' op de Meldijk.

Leeghwater, die een stuk jonger was dan Corneliszoon, heeft hem gekend en noemde hem een boer van Uitgeest die hij "seer wel gekent ende gesproken" heeft.

Corneliszoon noemt zichzelf in zijn octrooien een "schamel huysman (boer), met wijff ende kijnderen belast". In een van de akten lezen we dat hij 'houtsager op de Moldijk' (Meldijk) was. Vast staat dat hij molenmaker was die ook in andere plaatsen (Alkmaar) en zelfs buiten de provincie molens bouwde.

Hij overleed vóór 1607. In dat jaar vraagt zijn weduwe een verlenging aan van het octrooi uit 1597 voor de krukas, dat een looptijd had van 10 jaar. Zij krijgt dan voor nog 3 jaar verlenging van het octrooi.

Corneliszoon was zeer bedreven in het bedenken van constructies in molens. Behalve het houtzagen met behulp van windenergie, heeft hij ook een vitaal onderdeel voor een oliemolen ontwikkeld n.l. de toepassing van kantstenen (kollergang) om zaden waar de olie wordt uitgeperst, te pletten en tot meel te vermalen. Ook verwierf hij octrooi voor een watermolen met pompen en de voorloper van de centrifugaalpomp. Verder bracht hij verbeteringen aan in rosmolens. Hij was een veelzijdig man.

Aanvankelijk bestonden er over de uitvinding van de houtzaagmolen verschillende lezingen. Corneliszoon zou zijn uitvinding hebben toegepast in een molen die op een vlot was gebouwd. Meer duidelijkheid kwam daarin toen de 'Resolutiën van de Staten van Holland' in het archief in Dordrecht werden aangetroffen in 1917. Daarin komt het op 15 december 1593 verleende octrooi voor een zaagmolen voor. Zeer verrassend waren de tekeningen die bij het octrooi aanwezig waren. Het ligt voor de hand dat Corneliszoon al vanaf 1592 met de molen heeft geëxperimenteerd.

Door de gevonden tekeningen is ons bekend hoe de molen er heeft uitgezien. Corneliszoon bouwde een wipmolen op dezelfde wijze als toen reeds gebruikelijk was, n.l. een watermolen met scheprad. Met dit verschil dat hij het scheprad achterwege liet en de wateras verlengde tot ver buiten de molen. Een met een krukas bewogen zaagraam met krabbelwerk werd door deze as aangedreven. De krukas bevond zich onder het zaagraam. Het gehele zaagwerk werd in een apart gebouw naast de molen ondergebracht. De tekening toont een wipmolen met een slanke ondertoren, waardoor de overeenkomst met een 'juffer' opvallend was en de naam 'Het Juffertje' ontstond. Het is deze molen die in 1596 naar Zaandam werd overgebracht en waaruit zich kort daarna de paltrokmolen ontwikkelde. Vanzelfsprekend werd het idee van de krukas door anderen overgenomen zonder dat Corneliszoon daarvoor enige vergoeding ontving. Daarom vroeg hij voor de uitvinding van de verbeterde krukas octrooi aan en verkreeg dit op 6 december 1597.

Door de uitvinding van Corneliszoon kon hout 30 x sneller worden gezaagd dan tot dat moment gebruikelijke zagen met handkracht (twee zagers middels raamzaag of kraanzaag).

Over Corneliszoon is het boek ´Cornelis Corneliszoon van Uitgeest, uitvinder aan de basis van de Gouden Eeuw' verschenen.
Nadere informatie over dit interessante, rijk geïllustreerde, boek vindt u hier.

Duits Engels