Logo SIEDH

Een eiland vol botenkenners

Uitgeest 28 februari 2007

Tasmanië, een eiland ten zuiden van Australië, is bijna anderhalf keer zo groot als Nederland. Er wonen ruim 500.000 mensen en er zijn bijna 400.000 boten en bootjes. Het is niet vreemd dat dat er zoveel boten zijn wetende dat Tasmanië honderden eilanden en eilandjes omvat. Het eiland kent een grote traditie in het bouwen van houten boten. Men wil dit dan ook laten zien, niet alleen aan de inwoners van Tasmanië zelf maar ook aan andere Australiers en mensen uit andere landen. Een 2-jaarlijks houten boten festival in Hobart is een activiteit die veel bezoekers trekt die geïnteresseerd zijn in houten boten. Dit jaar waren er naar schatting 70.000 bezoekers. De Stichting Industrieel Erfgoedpark 'De Hoop' was met een replica van een 17e eeuwse werkboot, samen met een drietal andere boten en hun bemanningen gast op dit festival. De activiteiten waren geconcentreerd rondom in Australië gebouwde replica van de Duyfken en het Holland Village.

Het festival is in eerste instantie een soort van reunie van boten- en bootjesmensen die elkaars vaartuigen komen bewonderen, ervaringen uitwisselen en vooral veel contacten leggen. Tasmanië kent vrij veel ex-Nederlanders die in de jaren 50 uit Nederland geëmigreerd zijn. Het Holland Village was voor de voormalige Nederlanders een ontmoetingspunt en een plek waar men zich op de hoogte probeerde te stellen van hetgeen er in Nederland zich allemaal afspeelt.
De meeste van de elf Nederlandse deelnemers aan het festival werden gedurende het verblijf ondergebracht bij voormalige landgenoten, veelal leden van Nederlandse clubs. Het was opvallend hoe gastvrij deze mensen zich opstelden en zich inzetten om het verblijf van de deelnemers tot een 'feest' te maken. In de dagen rondom het festival spanden ze zich in om veel van het eiland Tasmanië laten zien.
De deelname aan het festival gebeurde op uitnodiging van de organisatie van het Australian Wooden Boat Festival, daarbij ondersteund door de Nederlandse ambassade in Canberra en het Nederlandse consulaat in Hobart. Voorafgaand aan het festival werden de deelnemers ontvangen door de honorair consul George Huizing en de directeur van het festival Andy Gamlin op het terras van het Tasmanian Museum. Later volgde een receptie op het consulaat waar naast ambassadeur Niek van Zutphen en zijn echtgenote ook Nederlandse consuls uit Australië, Nieuw Zeeland en een aantal eilanden uit de regio aanwezig waren.
Tijdens het festival werd het Dutch Village door duizenden mensen bezocht. De Friese zeiljachtjes voeren af en aan met gasten die zich verbaasden over deze scheepjes.

tjotter
Zeilen in een tjotter was voor de lokale mensen een belevenis

De replica van de door de SIEDH gebouwde werkboot, de 'Beverwyck' stond op een trailer. Vele Tasmanen en mensen van andere nationaliteiten hadden grote belangstelling voor deze replica. Men verbaasde zicht over de fraaie vorm, de bouwwijze en de gebruikte materialen, bovendien was men zeer geinteresseerd in de geschiedenis van dit soort boten en zeker in het gebruik van werkboten door Abel Tasman.

werkboot
Er was veel belangstelling voor de 'Beverwyck'

De topper van het festival was wel de muziekboot, een varende muziekcentrum, van Reinier Sijpkens uit Soest. Zijn optredens trokken iedere keer veel bezoekers en de bewondering was groot. Naast reacties van het publiek was er veel belanstelling van de media voor zijn optredens. Hoogtepunt van het festival was een optreden van artiesten, waaronder Reinier Sijpkens, in een afgesloten deel van de haven. Terwijl de Friese jachtjes in het nauwe vaarwater kruisten voer de muzieboot er tussen door, alles in fel schijnwerperlicht.

muziekboot
Het klapstuk van de Nederlandse inbreng mzuiekboot 'Cecilia'

Het festival duurde al met al 4 dagen, dagen met prachtig zonnig weer en een aangename temperatuur. Na het festival deed zich de gelegenheid voor om een zeiltocht van enkele uren te maken met de Duyfken, de replica van het 'jacht' dat gebruikt werd bij de ontdekking van Australie in 1606. De Duyfken, die in 2002 Uitgeest bezocht als onderdeel van de herdenking van het feit dat in 1602 de Verenigde Oostindische Compagnie werd opgericht, dreigt ten onder te gaan als gevolg van het feit dat men geen fondsen kan vinden om het schip te onderhouden. Het is te hopen dat er een oplossing gevonden wordt om dit fraaie schip te bewaren.

Na het festival werden de boten weer in een container geladen en op transport gesteld naar Nederland. De verwachting is dat de boten begin april weer terug zullen zijn.
Terugkijkend kan niets anders gezegd worden dan: "Het was hectisch, vermoeiend, boeiend, mooi, een verblijf om nooit te vergeten"